zaterdag 1 november 2014

De verhuizing

“Hè hè, eindelijk zit alles in dozen!” roept Evelien terwijl ze op de bank ploft. Rutger trekt de kurk uit een fles rode wijn en geeft haar een glas. “Ja, alles is ingepakt. Morgen halen we het bed af en kunnen we de boel verhuizen.” Moe zakken ze achterover op de bank. Evelien kijkt de kale kamer rond. De zwangere poes snuffelt tussen de dozen. “Ach, arme Miep, ze is helemaal onrustig door al die drukte.” Ze pakt de poes op en zet haar in haar speciale ‘beval’ doos. “Blijf maar lekker in je veilige doos zitten”, zegt ze terwijl ze de poes zachtjes aait. Onder haar hand voelt ze de kittens bewegen. Het zal niet lang meer duren of de kleine katjes zullen worden geboren. De poes krult zich op in de doos en Evelien gaat weer naast Rutger zitten. Samen genieten ze van hun wijn en de rust.


Rutger strekt zich met een luide geeuw uit. “Nou dame, wat vind je ervan, zullen we maar eens het bed op gaan zoeken?” Evelien knikt en staat op. “Ga jij maar vast. Ik spoel de glazen nog even af en dan kom ik ook.” Ze pakt de glazen en loopt naar de keuken. Als ze richting de slaapkamer loopt hoort ze zachtjes mauwen. Ze loopt de woonkamer binnen maar Miep ligt niet in de doos. Evelien roept haar en volgt het geluid van de poes. Het gemauw komt uit het toilet, de deur staat op een kiertje en Evelien kijkt om het hoekje. Achter de toiletpot ligt Miep, met grote ogen kijkt ze naar Evelien. “Hé, rare poes, wat doe jij nou hier?’ Ze pakt de poes op. “Bah, je bent helemaal nat, hoe kan dat nou?” Opeens dringt het tot Evelien door, de vliezen zijn gebroken daarom is ze zo nat!
“Rutger, kom snel, de poes is helemaal nat!” roept Evelien terwijl ze met de drijfnatte Miep in haar armen de woonkamer weer in loopt. “Miep is helemaal nat. Ik denk dat de katjes komen!” Geschrokken komt Rutger aanlopen.  

Zachtjes legt Evelien de poes in de doos. Mieps bekje staat open en ze hijgt. Evelien legt haar hand op haar buik, ze voelt de weeën door het lichaampje gaan. Ze ziet het eerste kopje al! “Rutger, pak snel wat warm water en een paar doeken! Ik zie het eerste katje al.” Als hij terug komt is het eerste katje al geboren. Evelien pakt de doeken aan en veegt het kleine katje schoon. Miep is al weer bezig om de volgende er uit te persen. Rutger loopt, als een zenuwachtige vader, heen en weer door de kamer. Na anderhalf uur liggen er vijf kittens in de doos. Ze zijn al druk op zoek naar melk en Miep knort tevreden. Evelien veegt het zweet van haar voorhoofd. “Ik denk dat we nu wel klaar zijn. We zijn vijf katten rijker”, zegt ze met een glimlach.
Voorzichtig knielt Rutger naast de doos. “Goed gedaan Miep!” Hij staat op en knuffelt zijn vriendin. “Zullen we dan nu maar eens naar bed gaan?” Evelien knikt en samen lopen ze naar de slaapkamer.

De volgende ochtend staat Evelien al vroeg op en gaat bij Miep kijken. De kleine katjes liggen allemaal op een rijtje te drinken. “Hé, heb je er nog eentje bij gekregen!” Evelien telt ze nog eens na, het zijn er nu zes. Rutger sloft slaperig de kamer binnen en kijkt over haar schouder de doos in. “Je mag nou wel stoppen hoor Miep, zes kinderen is wel genoeg.” Hij draait zich om en loopt richting de keuken. “Kom, dan gaan we ontbijten, straks komen de verhuizers al!”
Na het ontbijt halen ze het bed af. Als Evelien het beddengoed aan het inpakken is gaat de bel. Daar zijn de verhuizers! De mannen sjouwen de spullen naar de grote verhuiswagen. Het huis wordt steeds leger. Als de laatste spullen in de verhuiswagen zijn ingeladen, pakt Evelien de doos met katten en stapt naast Rutger in de auto. Langzaam rijden de wagens de straat uit.

In het nieuwe huis zet Evelien de doos in een hoekje op zolder. “Zo Miep, hier lig je lekker rustig, vanavond als iedereen weer weg is kom ik je weer halen.” Ze aait de poes en de kittens en loopt naar beneden.
De hele dag wordt er druk gesjouwd en geschoven. Het is al donker als ze eindelijk met zijn tweetjes met een bak chinees op de bank ploffen. “Hè hè, eindelijk weer rust”, zucht Rutger.
Er klinkt zacht gestommel op de gang. Evelien kijkt verschrikt op. “Ik hoor iets in de gang.” Zachtjes openen ze de deur naar de gang, weer klinkt er gestommel. Het komt van boven. “Zouden het inbrekers zijn?” vraagt Evelien geschrokken. “Daar komen we maar op één manier achter.” Rutger pakt een zware koekenpan en sluipt de trap op. Evelien blijft beneden in de gang staan wachten. Opeens hoort ze een gil en gestommel. Een harde klap en gevloek klinkt vanaf de overloop. De koekenpan komt met een luid gerinkel de trap af rollen. Geschrokken rent Evelien de trap op. Rutger zit met zijn benen wijd op de grond en wrijft over zijn hoofd. Op de trap naar de zolder zit Miep met in haar bekje één van de kittens. “Die rare poes wil met de kleintjes naar beneden komen. Ik stond al op de trap toen ze opeens langs mijn been liep”, zucht Rutger. “Ik schrok zo dat ik achterover viel.”
Lachend pakt Evelien de poes op, en klimt de trap op naar de zolder. “ Gekke vent, zo schrikken van een poes!” Ze zet Miep in de doos en neemt het gezinnetje mee naar beneden. Ze zet de katten tussen hen in op de bank. “Je hebt helemaal gelijk hoor Miep! Het is zo veel gezelliger!”


Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen